Waarom dit artikel
Toen in Rheden de vraag kwam om crisisnoodopvang te realiseren, heb ik voorgesteld: waarom laat je de gemeente niet gewoon de hele opvang zelf doen? Niet als noodmaatregel. Niet als tijdelijk gebaar. Maar structureel, voor de lange termijn, als onderdeel van de gemeente.
Dat was het begin van een aanpak die inmiddels landelijk de aandacht trekt. Samen met Hengelo en Meierijstad is Rheden een van de eerste gemeenten in Nederland die een Duurzame Gemeentelijke Opvang (DGO) runnen. In Rheden voor minimaal twintig jaar. Zonder operationele betrokkenheid van het COA op locatie.
Ik merk dat steeds meer gemeenten interesse hebben in dit model, maar niet goed weten waar ze moeten beginnen. Dit artikel is bedoeld om die drempel te verlagen. Geen beleidstaal, maar praktijkervaring.
Wat is DGO precies?
DGO staat voor Duurzame Gemeentelijke Opvang. Het is een model waarbij de gemeente zelf de regie neemt over de opvang van asielzoekers, in plaats van dit volledig over te laten aan het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA).
Bij reguliere COA-opvang exploiteert het COA de locatie, bepaalt het de werkwijze, levert het het personeel en regelt het de dagelijkse gang van zaken. De gemeente heeft beperkte invloed. Bij DGO draait dat om. De gemeente bepaalt de locatie, de schaal, de duur en het integratiebeleid. De gemeente stuurt het team aan. De gemeente legt de verbindingen met onderwijs, werk, sport en buurtleven.
Het verschil met noodopvang of tijdelijke gemeentelijke opvang (TGO) is dat DGO structureel en meerjarig is. Geen ad hoc-oplossing, maar een bewuste keuze om opvang te integreren in je gemeente.
Hoe verhoudt DGO zich tot de Spreidingswet?
De Spreidingswet verplicht gemeenten om bij te dragen aan asielopvang. DGO is een van de manieren waarop je aan die taak kunt voldoen — en wel de meest structurele variant. Het coalitieakkoord behoudt de Spreidingswet en stuurt aan op meer gemeentelijke regie en structurelere opvang. Dat is precies het DGO-model.
Drie gemeenten die het al doen
Per 1 januari 2026 vormen Rheden, Hengelo en Meierijstad samen met het COA de landelijke kopgroep voor DGO. De drie gemeenten hebben gezamenlijk "Uitgangspunten van samenwerking" ondertekend met het COA, die vastleggen hoe de DGO werkt binnen de wettelijke kaders.
Rheden heeft het langste commitment: DGO voor minimaal twintig jaar, circa 260 opvangplekken, volledig onder gemeentelijke regie. De gemeente werkt niet met de standaard COA-financiering, maar met een directe exploitatiebijdrage van het ministerie van Justitie en Veiligheid.
Hengelo tekende voor tien jaar en was de eerste gemeente met een formele DGO-bestuursovereenkomst. Zij combineren de opvang van circa 425 asielzoekers met 565 Oekraïense ontheemden, in samenwerking met het COA.
Meierijstad startte met een commitment van minimaal vijf jaar, kleinschalig en onder eigen regie, met de optie om te verlengen.
Drie gemeenten, drie varianten, maar dezelfde overtuiging: het kan beter als je het zelf doet.
Wat hebben we bestuurlijk vastgelegd?
De uitgangspunten die de drie gemeenten met het COA hebben ondertekend zijn belangrijk, omdat ze voor het eerst formeel vastleggen wat gemeentelijke regie in de opvang concreet betekent. De kern:
Gemeenten voeren uit, het COA stuurt niet mee. De gemeente doet de dagelijkse uitvoering van opvang, begeleiding, participatie en veiligheid. Het COA blijft wettelijk verantwoordelijk, maar heeft geen operationele aansturing op de locatie. Lokale regie binnen landelijke kaders.
Eigen methodiek. Gemeenten gebruiken hun eigen processen en werkwijzen. De COA-methodiek is niet verplicht.
Bewoners blijven op dezelfde locatie. Stabiliteit is een basisvoorwaarde. Bewoners verblijven gedurende hun procedure op dezelfde DGO-locatie, tenzij er zwaarwegende redenen zijn.
Regionale koppeling bij statusverlening. Het COA koppelt bewoners bij statusverlening primair aan de opvanggemeente of een directe buurgemeente, binnen circa vijftien kilometer. Dat verandert alles voor de integratie.
Integrale begeleiding. Gemeenten organiseren begeleiding via hun eigen sociaal-domeinaanpak: taal, werk, zorg, welzijn, jeugd en veiligheid in samenhang.
Ruimte voor innovatie. Er is expliciet ruimte voor pilots. In 2026 starten de drie gemeenten samen een ontwikkeltraject voor de REBA, gericht op minder uitvoeringslasten en meer zelfredzaamheid.
Twee keer per jaar zitten de drie gemeenten en het COA aan tafel om de uitgangspunten te evalueren en door te ontwikkelen.
Hoe ik het in Rheden heb opgebouwd
Van crisisnoodopvang naar twintig jaar eigen regie
De locatie aan de Broekstraat in Velp — een voormalige zusterflat die eerder al voor opvang werd gebruikt — werd eerst ingericht als tijdelijke gemeentelijke opvang. Maar onze ambitie reikte verder. Ik had namens de gemeente een plan voor Volledige Gemeentelijke Exploitatie (VGE) ingediend bij het ministerie, voor onbepaalde tijd met een minimum van twintig jaar. Dat plan werd goedgekeurd, maar het VGE-model was landelijk nog niet uitgewerkt. Het COA vroeg ons om het voorlopig TGO te noemen.
De gemeente heeft die overeenkomst getekend, maar wel met voorwaarden die ik heb onderhandeld. Geen standaard COA-financiering, maar een directe exploitatiebijdrage van het ministerie voor twintig jaar. En met de afspraak dat het TGO-label eraf gaat zodra VGE is uitgewerkt.
In de praktijk voert de gemeente nu een DGO uit die inhoudelijk al heel dicht bij VGE ligt.
Het team
Ik heb een "team nieuwkomers" opgezet dat zich bezighoudt met zowel de opvang van Oekraïense ontheemden als de permanente asielopvang. Ongeveer veertig mensen, verantwoordelijk voor bijna zeshonderd opvangplekken. De gemeente heeft eigen taaldocenten in dienst en trekt inburgering en participatie naar voren. De begeleidingsmethodiek is niet die van het COA, maar een eigen aanpak.
Integratie vanaf dag één
Kinderen gaan naar lokale scholen. Volwassenen worden gekoppeld aan sportverenigingen en buurtinitiatieven. Via het Astrum College lopen trajecten voor taal en werk in de lokale horeca. De buurt is actief betrokken via een vast aanspreekpunt — bewoners kunnen altijd bellen bij vragen of zorgen.
Het plan voor de toekomst gaat nog verder: twee nieuwe woonwijken waar circa tachtig woningen verspreid door de wijk worden ingezet voor de opvang van 250 asielzoekers. Geen apart AZC, maar een geïntegreerde opvangwijk.
De resultaten
De eerste resultaten zijn hoopvol. De schatting is dat dertig tot veertig procent van de bewoners die mogen werken een betaalde baan heeft. Landelijk ligt dat gemiddelde op tien tot vijftien procent. Het plan is om dit structureel te meten, en wat er nu al zichtbaar is bevestigt de aanpak. In een jaar tijd kwam slechts één melding van overlast binnen.
Maar het gaat niet alleen om cijfers. Het gaat om het feit dat mensen vanaf dag één onderdeel worden van de samenleving. Dat ze een band opbouwen met de gemeente waar ze straks ook als statushouder wonen. Dat is het fundamentele verschil met het traditionele model, waarin iemand drie jaar in een AZC zit en vervolgens wordt geplaatst in een gemeente waar niemand hem kent.
DGO en VGE: wat is het verschil?
DGO en VGE zijn geen tegengestelde modellen. Ze liggen op een spectrum van gemeentelijke verantwoordelijkheid.
Bij DGO neemt de gemeente de regie over opvang, maar opereert zij binnen de bestaande kaders. Het COA blijft wettelijk verantwoordelijk. Er is een bestuursovereenkomst en er zijn afspraken over rolverdeling. Dit model is nu beschikbaar en operationeel.
Bij VGE — Volledige Gemeentelijke Exploitatie — neemt de gemeente alles over, inclusief taken die nu bij het COA liggen. Een rapport van onderzoeksbureau AEF uit december 2025 concludeert dat VGE juridisch mogelijk is: de Spreidingswet biedt de grondslag. Maar er zijn nog praktische stappen nodig. Aanpassing van AMvB's, een modelexploitatieovereenkomst met ketenpartners als de IND, toegang tot het COA-systeem IBIS, en een bekostigingsregeling. Dat kost naar schatting een tot twee jaar.
Mijn advies: begin met DGO, bouw ervaring op, en groei eventueel door naar VGE als dat model beschikbaar komt. In Rheden is dat precies de route die ik heb ingezet.
Waarom je als gemeente nu moet beginnen
De urgentie is reëel
De Spreidingswet verplicht gemeenten om bij te dragen aan asielopvang. Wachten is geen optie. Het coalitieakkoord behoudt die verplichting en stuurt aan op structurelere opvang met meer gemeentelijke regie. Gemeenten die nu beginnen met DGO, lopen voorop in plaats van achter de feiten aan.
Ondertussen is crisis(nood)opvang duurder, minder effectief en levert het niets op voor integratie. Iedere euro die je in noodopvang steekt, is een euro die je niet investeert in duurzame oplossingen.
Wat DGO je als gemeente oplevert
Regie. Je bepaalt zelf de locatie, schaal, duur en werkwijze. Geen verplichte COA-methodiek. Eigen team, eigen aanpak, eigen keuzes.
Betere integratie. Taal, werk, onderwijs en buurtleven vanaf dag één. In Rheden ligt de schatting op 30-40% van de bewoners die mogen werken een betaalde baan heeft, tegenover 10-15% landelijk.
Stabiliteit voor bewoners. Mensen blijven op dezelfde locatie en worden bij statusverlening primair gekoppeld aan jouw gemeente.
Draagvlak. Inwoners waarderen het als de gemeente zelf de regie heeft. Het depolariseert het debat.
Financiële zekerheid. De kosten worden gedekt door het Rijk, met mogelijkheid tot meerjarige exploitatiebijdrage.
Strategische positie. Wie nu vooroploopt in DGO, zit straks aan tafel als het Rijk de toekomst van gemeentelijke opvang vormgeeft.
Lessen uit de praktijk
Na ruim een jaar DGO in Rheden zijn dit de belangrijkste lessen die ik andere gemeenten meegeef:
Durf de regie te nemen. Wacht niet tot iemand je toestemming geeft. In Rheden heb ik dat opgezet voordat het landelijk was uitgewerkt, en juist daardoor konden we onze eigen voorwaarden stellen.
Onderhandel je eigen voorwaarden. Laat je niet automatisch binden aan een standaard TGO-overeenkomst. Rheden heeft de COA-standaardfinanciering uitgesloten en een directe exploitatiebijdrage van het ministerie bedongen voor twintig jaar.
Organiseer je collectief. De DGO-coalitie met Hengelo en Meierijstad versterkt onze onderhandelingspositie richting het Rijk enorm. Alleen sta je kwetsbaar, samen sta je sterk.
Investeer in het team. Een DGO valt of staat met de mensen die het doen. Bouw een eigen team op, pas de methodiek aan, en zorg dat je eigen taaldocenten en begeleiders hebt.
Communiceer proactief met de buurt. Een vast aanspreekpunt, participatieavonden, transparantie over wat je doet en waarom. Het maakt het verschil tussen weerstand en waardering.