Wat ik zie als ik meeloop
In opdracht van gemeente Rheden werk ik sinds begin 2025 met het team Jeugd. Als ik meeloop met een jeugdconsulent zie ik zelden iemand die 'gewoon een indicatie afgeeft'. Ik zie iemand die eerst de school belt. Die een moeder vraagt wat ze zelf al geprobeerd heeft, en dan stil is en luistert. Die een oma betrekt, een sportcoach, een buurvrouw. Die durft te zeggen: dit is spannend, maar het is geen jeugdzorg.
Dat is geen uitzondering. Dat is het vak. En het bestond al lang voordat de Hervormingsagenda Jeugd het opschreef.
Normaliseren is geen bezuiniging
Het woord 'normaliseren' heeft een slechte naam gekregen. Het klinkt als minder zorg, als een manier om de kosten te drukken. In de praktijk zie ik iets anders. Normaliseren is een vorm van respect. Het zegt tegen een gezin: jullie zijn geen casus, jullie zijn een gezin met een lastige periode. Het zegt tegen een kind: je bent geen diagnose, je bent iemand die het nu even zwaar heeft.
Natuurlijk is er jeugdhulp die onmisbaar is. Die moet er zijn, zonder wachttijd. Maar de meeste vragen die bij een gemeente binnenkomen zijn geen vragen om specialistische zorg. Het zijn vragen om iemand die meedenkt, die de weg kent, die vertrouwen heeft in wat een gezin zelf kan. Wie dat vertrouwen geeft, krijgt het bijna altijd terug.
De regisseur krijgt het vak terug
De Hervormingsagenda vraagt van de jeugdconsulent om regisseur te zijn in plaats van doorverwijzer. Ik lees dat niet als kritiek op wat er was, maar als erkenning van wat goede professionals altijd al deden. Jarenlang is de toegang tot jeugdhulp ingericht als loket: aanvraag in, beschikking uit. Niet omdat professionals dat wilden, maar omdat het systeem erom vroeg.
Als je die inrichting verandert, gebeurt er iets moois. Consulenten die weer het hele verhaal mogen zien, gaan anders werken. Ze kennen hun gezinnen. Ze schakelen sneller met school en wijkteam. Ze durven een hulptraject ook weer af te sluiten, omdat ze weten dat ze in beeld blijven. Dat is geen nieuwe eis aan de professional. Dat is het vak teruggeven.
Groei vraagt geen perfecte omstandigheden
De foto boven dit artikel maakte ik in een verlaten fabriekshal. Iemand had er bloemen opgehangen, tussen het roest en de graffiti. Het beeld blijft me bij, omdat het klopt met wat ik in de jeugdzorg zie. De omstandigheden zijn zelden ideaal. Er is een tekort aan mensen, de budgetten staan onder druk, de regels veranderen. En toch groeit er van alles.
In Rheden begon het team niet met een perfect systeem. Het begon met ruimte. De achterstand werd geïsoleerd en buiten het team weggewerkt, zodat de consulenten hun aandacht weer konden richten op gezinnen in plaats van op dossiers. Hoe dat ging, beschreef ik eerder. Wat ik hier wil zeggen is iets anders: de verandering kwam niet uit nieuw beleid, maar uit professionals die de ruimte kregen om te doen wat ze al konden.
Drie dingen die ik gemeenten meegeef
Praat over wat werkt. Net zo vaak en net zo precies als over wat knelt. Teams die alleen horen wat er misgaat, houden op met vertellen wat er goed gaat.
Bescherm de ruimte van de regisseur. Elke nieuwe controle, elk extra formulier trekt de consulent terug naar het loket. Vraag bij elke regel: helpt dit een gezin, of helpt dit het systeem?
Meet ook wat gezinnen zelf weer kunnen. Wachttijd en kosten zijn belangrijk, maar het echte resultaat is een gezin dat zonder hulp verder kan.
Waar het naartoe groeit
De jeugdzorg van morgen wordt niet uitgevonden aan een beleidstafel. Ze wordt elke dag al gemaakt, in keukens en klaslokalen, door professionals die eerst kijken en dan pas handelen. De Hervormingsagenda geeft daar woorden aan. Gemeenten kunnen er ruimte voor maken. Dat is de rol die ik voor mezelf zie: niet het systeem afbreken, maar het licht laten vallen op wat er al bloeit, en de muren weghalen die het in de weg staan.
Het merkbare verschil voor een kind zit zelden in een nieuw model. Het zit in een volwassene die tijd heeft, vertrouwen geeft en blijft. Daar mag de jeugdzorg trots op zijn. En daar wil ik meer van bouwen.